Savoir faire … Levenslang leren…

Herman_De_CrooOns leven lang leren wij. Ik vermoed alle levende wezens starten met deze onontbeerlijke
fase: ontstaan, groeien en later zorgen voor het verder ontstaan van nakomelingen
in een ongelooflijke verandering die tijd, ruimte, nood en toeval mogelijk maken.

 

Mensen hebben ettelijke jaren nodig.

Één van mijn vroegste herinneringen was het bijwonen, in de paardenstallen van mijn vader aan de Michelbeekse Lepelstraat van de gewoonlijke nachtgeboorte van een nieuw veulentje. Het was een bijna sacraal moment: het steeds te zwakke licht van de lampen, de geurende reuk van het hooi, de gespitste aandacht van de andere paarden in de belendende stallen en de stilzwijgende gespannen achtereenvolgende krachtpogingen van de merrie om het veulentje, haar veulentje, ter wereld te brengen. Soms was het aardig wanneer twee dunne bevliesde en natte beentjes met zachte koorden aangeknoopt letterlijk en figuurlijk uit moeders lichaam werden getrokken: in de warme stal werd het nieuw leven, met de tedere zachtheid van zware handen aangemoedigd. Het veulentje op de strorijke vloer gelegd, bekeken en belikt door de moedermerrie was een voorbeeld van onbeholpenheid en verwondering. En dan, enkele minuten later, trillend op de veel te lange vier dunne benen stond het recht, verrassend, reeds op zoek naar de bij paarden steeds discrete uier waarvan de dikachtige maar zoete melk ik nog steeds voel op de lippen en de tong van mijn herinneringen. De natuur had het zo gedaan, het veulentje moest meekunnen met de bende in de wildheid van het leven. Het had bijna alles wat het later groeisgewijze zou ontwikkelen. Niets zou er nog fysiologisch, tenzij in omvang, bijkomen. Het veulentje was het minipaardje dat alleen maar zorg, beveiliging en groei verwachte. Veel later op de vijver bewonderde ik ettelijke malen het ontluiken van de jonge eendenkuikentjes. Een koppel van zware rouans, een echt “eendachtig” ras ziet ineens gelijktijdig, één van deze vele mysteries van de natuur, want de eieren worden dag na dag gelegd, ontluikend uitgebroede nest en duimpje groot of duimpje klein enkele seconden later na een eerste inspanning om uit het ei te breken, zwemmen de 8 à 10 eendjes rondom het paar als een ongelooflijk eensklaps functionerend mechanisme dat zij nooit meer zullen afleren. En wij, de geboorte van de baby, soms zorgvuldig gepland, gewenst, verwacht, gekoesterd, begeleid op alle mogelijke wijzen van eetgewoonte tot lichaamsoefening, van doktersbekijk tot eetregime, bijna 9 maand lang voor de zwangere moeder in spe. In onze contreien, gelukkiglijk bijna het overgrote deel van de wereld bij de geboorte soms op de geplande meer dan eens op een voorzien moment met de wellicht unieke moederlijke tederheid en soms de zware lichamelijke inspanningen, gewoonlijk omringd door uiterst bekwame en getrainde blikken en handen, en dan wordt het kindje geboren, met de inname van de eerste miljoenen bacteriën, de longen die voor het eerst ademen en de kreet van het nieuwe leven… Het is onbeholpen, beweegt autonoom omzeggens niet, heeft alles nodig om de eerste levensdag door te komen en zal dagen, weken, maanden, jarenlang bewaakt, gekoesterd, begeleid, gevoed, verzorgd, gewassen, gestreeld, kortom overleven om zo langzaam maar zeker van thuis over de crèche heen en terug naar de wat grotere peuterschool, de kleuterschool, enz. jaren aan een stuk naar geest, lichaam, karakter zich ontwikkelen, in feite overleven en groeien om mens te worden.

herman de croo en paard

Tijd en ruimte

Eendjes die zwemmen één minuut nadat het geboorte-ei openbrak, vogels die vliegen na enkele weken “nestzorg”, jonge veulens die opstaan binnen het uur van de geboorte en reeds mechanismen opstarten om zich te verplaatsen als één afgewerkt, zij het kleiner, levensstuk. En… mensen en mensachtigen die er jaren, vele jaren over doen. De zorgzaamheid voor de ene wordt door de natuur veel korter gemaakt dan voor de andere die heel lang, soms levenslang bijleren. Wellicht ontstaat daar het leerproces dat bij de mens nooit af is en waar het “kunnen” heel dikwijls van “moetens” en het moeten heel dikwijls van kunnen komt gans een leven één boog van uitdagingen die het bestaan overspant.

Langzaam met veel herhalen

Later, wanneer wij leren spreken, lezen, rekenen, schrijven of ons op de meest prikkelende uitdagende verrijkende wijze met de wereld en zijn 1001 facetten kennis maken, versnelt het proces niet zoveel. Duizenden keren leert men herrekenen en rekenen, leert men schrijven en herschrijven, leert men spreken en herspreken, bemeubelt men langzaam maar zekere gedeelten van de enorme hersensmassa die, proportioneel onze noden en onze mogelijkheden, zoveel onbenutte capaciteit overhoudt: onze fysiologische, mentale en karakteriële aanpassing of onaanpassingsgaven zijn door ons genetisch patroon – het klimt soms op tot vele verre voorouders – en door de prikkelende of andere 1001 omgevingsfactoren mede gestroomlijnd, ontwikkeld, onderdrukt, gevormd, misvormd, tot ontknoping of bloei gebracht. Soms deemsteren ze weg voor zij het actielicht zagen en de complexe, hypercomplexe aaneenschakeling van gedachtenreacties, chemische, elektrische, fysiologische, interne processen maken ons een ongelooflijk complex levend iets, met quasi onbegrensde potentialiteiten tot ook, na enkele decennia, zoals een bloemknop die zich sluit, het leven opgeraakt.

Evolutie … revolutie

Filosofen denken enkele millennia aan een stuk min of meer hetzelfde, lichamelijke uitdagingen op menselijk vlak verschillen niet zoveel tussen oertijd en hedendaagsheid, zelfs de lichamelijke structurele mogelijkheden blijven min of meer in een gelijkaardig fysisch, fysiologisch pad… Alleen het brein – voor zover men deze ruimer bekijkt dan wat ons hersenpan omvat - kent in enkele millennia in de interactie met de wereld, met het bestaan, het gemaakte, het interludieke van zo vele gevoelens, begrippen, een ongelooflijk hypersnel aanleringsproces. Buiten enkele genetische structuren sterft bij elke verdwijnende man of vrouw zijn of haar kapitaal van kennis, gevoelens, ervaring, talent, potentialiteiten … . Men vererft ze niet: volle bibliotheken, immense dragers met hun quasi onmetelijke nanostructuren thesauriseren de kennis en de wetenschap, de toekomstmogelijkheden en de voorbije ervaringen. Maar van mens tot mens, biologisch, psychologisch wordt niets van het soms fantastisch verworvene overplantbaar. Wij staan het af aan de bewaringsprocessen van kennis, wetenschap en ingebedde ervaringen, en andere dan wij pikken het dan opnieuw op stuksgewijze, tot een zekere mate. Vandaar vertrekken dan nieuwe mogelijkheden. Zelfs de extreme robotisering en de ongelooflijke lilliputisering van dragers van kennis en stockering van energie en gebalde, gecodeerde in blijkbaar terug te vinden chemische processen, blijven behoren tot een andere wereld dan deze van de levenden en de groeienden. Een robot zonder zijn energietoevoer zal wellicht er niet zelfstandig, nu nog niet, in slagen de aanhoudende bron van zijn eigen, overlevingsenergie als het zo mag worden geschreven aan te maken, te beveiligen en tot oneindigheid gebruiksklaar te houden.

De heelallen en wij

En dan naast, boven, ver, heel ver, zover dat de oneindigheid ver kan zijn, draaien, botsen, veranderen, met lichtsnelheid in miljoenen jaren uitgeprint, de “heelallen” waarvan wij wellicht op die schaal een soort nanodeeltje van bewonen zijn en erdoor gemaakt en ook, onafwendbaar, vernietigd. Dat geesten van die wellicht unieke dierensoort die de mensheid in ons deeltje van de heelallen blijkt te zijn geworden en wie weet blijkt te zijn geworden om te verdwijnen, die “breinkrachtige” schaalmeting aankan om zich in ruimte en tijd beiden voor hen finaal beperkt te situeren en te oriënteren is wellicht één van de mooiste mirakels van het leven. Hoe kort het zoveelste in miljarden uitgedrukte segment van de mensheid kan zijn of kan zijn geweest hoe verwonderbaar blijken de omvattingsmogelijkheden. En van de fysiologische en geestelijke bewustwording van een kijk naar het onbekende wat wij het leven noemen kwam en het onbekende wat wij het leven blijven noemen. En toch loont het de moeite voor alle miljoenen soorten levende wezens op een nanodeeltje van wellicht alleen door oneindigheid beschrijfbare heelallen om dat moment te beleven.

Nieuwsbrief archief

 

2017 oktober - november - december pdf-icon
2017 juli - september - oktober  pdf-icon
2017 april - mei - juni  
2017 januari - februari - maart pdf-icon
2016 oktober - november - december pdf-icon
2016 juli - september - oktober pdf-icon
2016 april - mei - juni pdf-icon
2016 januari - februari - maart pdf-icon
Lees meer...