Cultuurprojecten

 

De statuten van de Stichting Herman De Croo uit 1989 voorzagen expliciet dat de Stichting ook actief zou zijn op cultureel terrein. Aanvankelijk vergewiste men zich van die taak door samen te werken met andere instanties en verenigingen en door zich in te schakelen in bestaande initiatieven.

In 1991 kwam aldus door de samenwerking met het Liberaal Archief in Gent de publicatie tot stand van het boek “Liberalisme op het Zuid-Oost-Vlaamse platteland in de 19de eeuw”, over de ‘blauwe buik van Vlaanderen’. Mevrouw Véronique Adriaens, uit Torhout, had onder leiding van professor Jan Art aan de Gentse Universiteit haar licentiethesis gewijd aan het thema, en aan de verklaring van de opvallende densiteit van een blauw kiezerspubliek in deze regio. Het boek werd aan het publiek voorgesteld op 22 februari 1991 in zaal Klima in Kluisbergen. Prof. Marcel Bots, voorzitter van de Raad van het Liberaal Archief en Herman De Croo zongen er de lof van deze voortreffelijke studie, terwijl het zangkoor De Eekhoorn muzikaal omlijstte. Om nog meer luister bij te zetten hadden het plaatselijke Willemsfonds, de Toneelvereniging De Scheldebroeders en de Liberale Jonge Wacht in de zaal een tentoonstelling georganiseerd ‘Uit de oude doos. 150 jaar liberalisme in prenten en karikaturen’.

 

1991-cultuur van aalst tot zottegem

Van 28 september tot 20 oktober 1991 realiseerde de Stichting, in nauwe samenwerking met het Willemsfonds Aalst en het Cultureel Centrum De Werf in Aalst, en met steun van de provincie Oost-Vlaanderen, het project “Cultuur van A [Aalst] tot Z[ottegem]” in de streek tussen Dender en Zwalm, meer bepaald in Aalst, Erpe-Mere, Herzele, Zottegem en Zwalm. Coördinator Eric De Temmerman schonk aandacht aan een brede waaier van kunstvormen. Er waren de muzikale events: het bekende ensemble I Fiaminghi in De Werf te Aalst, het Sexteto Tango al Sur van Dirk Van Esbroeck en Juan Masondo in Erpe-Mere. In Zottegem trad op 19 oktober Johan Verminnen op met ‘Volle Maan’. In het archeologisch museum van Velzeke werden op 20 oktober, als slotapotheose, unieke doeken en tekeningen van Roger Wittevrongel en fascinerende beelden van Dirk De Middeleer aan het publiek gepresenteerd. In Herzele was de film aan de orde met een film over Herzele uit het project Roland Verhavert, voorgesteld door de cineast zelf en door filmrecensent Carlos Alleene van Het Volk. Erpe-Mere nam ook nog een fototentoonstelling met oude fotoapparatuur voor zijn rekening, in samenwerking met de Fotokring Focus van Ninove, omkaderd door het Vocaal Ensemble Ninove, onder leiding van Marc Van den Borre. Zwalm verzorgde een tentoonstelling van ‘Zuid-Oost-Vlaamse schilders’, vergezeld van een aperitiefconcert met Kopertje 4.

1993-toneelwedstrijd

 

Op 18 en 25 april 1993 engageerde de Stichting zich in de wedstrijd voor toneelverenigingen uit Zuid-Oost-Vlaanderen in de zaal Arjaan in Geraardsbergen. Het initiatief kwam van de heren René Lietar, N. De Backer en Pierre Buysschaert. De wedstrijd stond open voor alle verenigingen van liefhebberstoneel uit de steden en gemeenten van de arrondissementen Oudenaarde en Aalst. Ze konden deelnemen onder de vorm van een dialoog of een toneelfragment. Drie toneelgezelschappen werden er bekroond, respectievelijk met een prijs van 25.000, 20.000 en 15.000 frank, door een jury deskundig samengesteld uit actrice Janine Schevernels, toneelrecensente Nicole Verschoore, acteur Roger Bolders en toneelregisseur Paul Moreels, en voorgezeten door de Gentse toneelregisseur André Poppe. Vrijwel alle voorstellingen droegen nadrukkelijk de signatuur van de regisseur. Het taalgebruik was doorgaans vrij goed, en wanneer dialect werd gehanteerd, was dit verantwoord ter wille van de geloofwaardigheid van de personages. De eerste prijs ging naar het Vrijetijdstheater ‘De Scheldebroeders’ uit Kluisbergen, met ‘Wie is bang voor Virginia Woolf’ van Edward Albee, in een regie van Marcel De Stoop. Het Garamond Theater uit Geraardsbergen haalde de tweede prijs met ‘Tweelicht’ van Eric Schneider, in een regie van Anoesjka Breemans. De derde prijs ging naar het toneelgezelschap ‘t’Meibloempje’ uit Zottegem, met ‘De poetsman’ van Raymond Cogen in een regie van Anoesjka Breemans.

mariette j l j van albada de haan hettema1993-kunstprijs mariette hettemaHet vijfjarig bestaan van de Stichting Herman De Croo in 1993 was een geschikte aanleiding voor een nieuw initiatief op cultureel vlak: de creatie van een prijs voor de beeldende kunsten naast en na die voor theater. Al even gelukkig was het feit dat voor dit plan een perfecte mecenas werd gevonden in de persoon van mevrouw Mariette J. L. J. van Albada de Haan Hettema. De stamboom van deze adellijke dame gaat terug tot het 17e eeuwse Friesland. Ze is evenwel geboren in Gent in 1913. Drieëndertig jaren lang heeft ze er les gegeven. Inmiddels had ze haar technische vaardigheden nog aangescherpt door een opleiding regentaat plastische kunsten. Na haar op rust stelling ging ze avondlessen volgen bij Claude Lyr in Elsene, en behaalde ze nog het diploma geschoold kunstschilder in de Koninklijke Academie in Brussel. Toen ze het bestaan van de Stichting Herman De Croo vernam, drukte ze de vurige wens uit om plastische kunstenaars in de Vlaamse Ardennen te gaan ondersteunen via de creatie van een kunstprijs, die haar naam zou dragen. Om de efficiëntie van de organisatie van deze wedstrijd te verzekeren werd een Commissie opgericht, samengesteld uit juriste Joséphine Rambaut (echtgenote van de voorzitter van de Stichting, Léon De Meyer), Myriam De Groote – De Saedeleer, ambassadrice van de Belgische kant en adviseur van de minister van Buitenlandse Handel, Hendrik De Jonge, procureur des Konings te Oudenaarde en René Lietar eredirecteur uit Kluisbergen en algemeen secretaris van de Stichting. Coördinator en voorzitter van de Commissie werd advocaat Johan Van Caenegem, secretaris werd Pierre Buysschaert, eredirecteur in Kortrijk. Om luister bij te zetten aan het vijfjarig bestaan van de Stichting werd mevrouw Hattema gevraagd in Oudenaarde een tentoonstelling van haar eigen werken in te richten. De eerste kunstprijs Mevrouw Hettema werd uitgeschreven in de zomer van 1995, en was voorbehouden aan jonge kunstschilders onder de 40. De Prijs zou in de toekomst wel open staan voor diverse andere artistieke subdisciplines. De laureaten konden rekenen op een niet onaardige enveloppe met 100.000 Belgische frank, en de organisatie van een tentoonstelling. De Stichting deed uiteraard beroep op een deskundige jury, samengesteld uit kunstschilder Jan Burssens, Willy Juwet, directeur-generaal administratie Kunst, Ernest Van Buynder, voorzitter Museum Hedendaagse Kunst in Antwerpen (MUHKA), Claire Van Damme, hoogleraar kunstgeschiedenis Universiteit Gent, Veerle Van Doorne, conservator van het Museum Deinze-Leie, en Henk Herman afgevaardigde van de Nationale Loterij. 74 schilders, met elk twee werken, boden zich aan en na strenge selectie bleven er 54 over voor de eindselectie, mooi gedoseerd met 15 dames en 28 heren. De plechtige proclamatie en een eerste promotionele tentoonstelling vonden plaats op 20 oktober 1995 in de gebouwen van de Hogeschool K. L. Ledeganck te Gent. De eerste prijswinnaar werd Karin Hanssen uit Antwerpen met het werk ‘The Thrill of it all’. De jonge kunstenares kreeg haar opleiding aan de Koninklijke Academie van Antwerpen, en het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten; ze stelde reeds ten toon in Vlaanderen, Nederland en Bulgarije. Een eervolle vermelding werd toegekend aan Manu Baeyens, voor een duidelijk architecturaal en constructief opgebouwd doek met de titel ‘Quick-witted = enrichment’; zijn voorkeur gaat naar zwart-wit schilderijen en naar grisailles met acryl, gips, zand, en vet krijt. 

In de herfst van 1994 begon de Stichting te piekeren over een prijs voor fotografie, met een wedstrijd rond het thema ‘De Vlaamse Ardennen’. Bindende subthema’s werden niet vastgelegd. Maar het was wel de bedoeling dat de kandidaten zich in elk van de vier seizoenen onderdompelden in de culturele, artistieke, archeologische, ecologische, gastronomische, folkloristische en sportieve facetten van het Zuid-Oost-Vlaamse landschap. Dertien gemeenten kwamen in aanmerking: Brakel, Geraardsbergen, Horebeke, Kluisbergen, Kruishoutem, Lierde, Maarkedal, Oudenaarde, Ronse, Wortegem-Petegem, Zingem, Zottegem en Zwalm. De beelden moesten tevens in een paar woorden omschreven worden. De winnaar ontving 50.000 BF, naast vier andere lagere prijzen. Op 30 september 1995 werd de wedstrijd afgesloten, nadat niet minder dan 150 foto’s waren ingezonden. Rector Leon De Meyer zat een jury voor van deskundigen van buiten de Stichting. Op 8 maart 1996 werd de uitslag bekend gemaakt in het Cultureel Centrum Valerius De Saedeleer in Maarkedal, waar tevens een tentoonstelling van de interessantste werken werd georganiseerd.

1997-kunstprijs mariette hettema

De Stichting besliste om de Tweede Kunstprijs mevrouw Hettema, in 1997, te reserveren voor de beeldhouwers onder de 40 jaar. Alle duurzame materialen kwamen in aanmerking: marmer, arduin, polyester, glas, hout, brons en klei. De waarde van de prijs werd verdubbeld tot 100.000 BF. De jury bestond uit Willy Juwet, directeur-generaal administratie Kunst, Ernest Van Buynder, voorzitter Museum Hedendaagse Kunst in Antwerpen (MUHKA), Claire Van Damme, hoogleraar kunstgeschiedenis Universiteit Gent, Veerle Van Doorne, conservator Museum Deinze-Leie, en P. Van Gijsegem, en werd geleid door commissievoorzitter Johan Van Caenegem. De tentoonstelling van zevenentwintig deelnemers aan de wedstrijd, met hun zevenenveertig beeldhouwwerken, vond plaats op 3 oktober 1997 in het prachtige Koetsenhuis te Geraardsbergen, in samenwerking met het plaatselijke Willemsfonds. De proclamatie door prof. Claire Van Damme gebeurde op 12 oktober. Kathleen Vermeir werd winnares met haar intrigerende creatie ‘Zonder titel’: etherische poëzie met een waterbak op een ranke houten stellage met hangende figuurtjes. De tweede prijs ging naar Lieva De Beuckelaere voor haar werk ‘Constrictie’, dat inspiratie vond in een hoepelrok. Er was dit keer voor het eerst een publieksprijs, en die ging naar Albert De Coster, met ‘Sprong naar de vrijheid’. Tevens vond er een tentoonstelling plaats van zevenentwintig deelnemers aan de wedstrijd, met zevenenveertig van hun beeldhouwwerken. Mevrouw Herman De Croo bracht aan het eind warme hulde aan het mecenaat van mevrouw Hettema, en aan de andere sponsors die de organisatie van deze prijs mogelijk maakten.

In 1998 organiseerde de Stichting naar aanleiding van haar tienjarig bestaan een indrukwekkende reeks van kunstmanifestaties. Op 21 augustus 1998 sponsorde de Stichting, samen met het Stadsbestuur van Oudenaarde, in het hiervoor uitermate geschikte kader van de 17e eeuwse patriciërswoning Huis de Lalaing te Oudenaarde de tentoonstelling ‘Antieke kant uit het privébezit van de Belgische adel’, verzorgd door barones Gabriëlle de Fierlant Dormer en Myriam De Saedeleer, met kunstadvies door prof. Claire Van Damme (Universiteit Gent) en Godelieve Vroom, met technisch advies van Frieda Sorber, van het Provinciaal Textiel en Kostuummuseum Vrieselhof, en met heraldisch advies van ridder Baudouin de Theux. Prof. Van Damme deed een rondgang met inleiding over de kunstvoorwerpen. De organisatoren gingen op zoek naar meesterwerkjes uit de kantgeschiedenis in bezit van adellijke families en verbonden aan de cruciale momenten van het adellijk familieleven: dopen, huwelijken, begrafenissen. Ontroerend was het uitgestalde kanten kleedje waarin zuidpoolvaarder Adrien de Gerlache boven de doopvont werd gehouden. Deze expo had dan ook een weergaloos succes met een opkomst van 5500 bezoekers uit binnen- en buitenland.

Op 29 augustus 1998 organiseerde de Stichting, via een werkgroep onder leiding van Marnic De Meulemeester, schepen van Oudenaarde, en in samenwerking met de plaatselijke Marnixring, in de Stadszaal De Woeker te Oudenaarde een herdenking van toondichter en dichter Gentil – Theodoor Antheunis, Jean-Pierre Van der Meiren, gedeputeerde van de provincie, gaf de openingstoespraak. De componist was geboren in Oudenaarde in 1840, doctor in de Rechten aan de Gentse Universiteit in 1866, gehuwd met de enige dochter van Hendrik Conscience, en, op verzoek van koning Leopold II, componist van het befaamde tweede Belgisch volkslied ‘Naar wijd en zijd’, maar evenzeer van het even befaamde Vlaamse ‘volkslied’ ‘Mijn Vlaanderen heb ik hart’lijk lief’. Het huldeconcert werd uitgevoerd door koor en orkest van de Jan-Niklaasstichting uit Halle, onder leiding van Jan Devillé, de Oudenaardse Zangvereniging en de Gregoriusgilde Sint-Walburga. De bindteksten werden verzorgd door leerlingen van de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord, met pianobegeleiding door Jan Lust.

Op 11 september 1998 opende de Stichting in de Openbare Bibliotheek in Ronse een boeiende tentoonstelling van muziekinstrumenten, met bijzondere aandacht voor volksmuziekinstrumenten (doedelzak, draailier,hommel, hakkebord, harmonica, e.a.) en hun geschiedenis, zoals die gestalte kregen bij Wannes Van de Velde, De Vlier en Jan De Smet. Het vond plaats in samenwerking met de Stichting Ephrem Delmotte, en werd gevolgd door een muziekconcert op 12 september, door de Koninklijke Filharmonie van Kortrijk en het Waregems Saxofoonteam.

In 1999 bracht de Stichting Herman De Croo een wel heel bijzondere tentoonstelling over ‘Het onderwijsconflict als breuklijn in de Belgische politiek’, die oorspronkelijk, in 1998, gerealiseerd was door het Liberaal Archief in Gent, in het kader van het Museum van de Vlaamse Sociale Strijd van de Provincie Oost-Vlaanderen. De Stichting liet ze doorgaan in Kruishoutem op 26 maart 1999, in Zwalm op 20 mei 1999, in Lede op 2 juli 1999. Telkens werd een inleiding gegeven over ‘De geschiedenis van ons onderwijs tot 1958’ door drs. Jan Fransen van de VUB, en een exposé over ‘Veertig jaar schoolvrede, twee netten voor altijd !’ door prof. Herman De Croo. De tentoonstelling gaf een uitmuntende synthese van de levensbeschouwelijke breuklijn die het schoolprobleem veroorzaakte gedurende de hele 19e eeuw. Het gevecht om de ‘ziel van het kind’ draaide vooral om de vraag wie onderwijs mocht inrichten en op welke manier dit mocht gebeuren. Pas met het schoolpact van 1958 kwam er een einde aan de strijd.

De Derde Kunstprijs Hettema in 2000 was voorbehouden aan een derde sector in de beeldende kunsten, namelijk de grafiek. De grafische kunst is een bijzonder veelzijdige kunstvorm. Om de ingediende werken volwaardig tot hun recht te laten komen, werd gekozen voor een uitdagende locatie, namelijk het Provinciaal Archeologisch Museum te Velzeke. De bedoeling was om de expo der bekroonde werken te omkaderen met passende randactiviteiten: een workshop, met demonstraties, in Velzeke, over Japanse houtsneden door Veerle Rooms, docente aan de Karel de Grote-hogeschool in Antwerpen; een workshop in het grafiekatelier van de Academie van Zottegem door grafisch kunstenaar Jan Scheir met focus op diepdruk en collografie. De commissie onder leiding van notaris Johan Van Caenegem goot het project in een definitieve vorm, vooral dankzij de goede hulp van Emiel Hoorne, grafisch kunstenaar, docent aan de Hogeschool Gent, en op dat ogenblik directeur van de Leipziger Grafikbörse 2000. De vakkundige jury bestond deze maal

 

uit: Willy Juwet, ere-directeur-generaal administratie Kunst, Ernest Van Buynder, voorzitter Museum Hedendaagse Kunst in Antwerpen (MUHKA), Claire Van Damme, hoogleraar kunstgeschiedenis Universiteit Gent, Veerle Van Doorne, conservator Museum Deinze-Leie, Willem Elias, hoogleraar aan de VUB, Mark De Belder van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen, en Veerle Rooms, docente grafiek aan de Karel de Grote-hogeschool in Antwerpen. Van 2 juni tot 2 juli 2000 werd een selectie van de door 35 kunstenaars ingediende werken, uiteindelijk 20 stukken van 16 kunstenaars

2002-streekboekenbeurs

, tentoongesteld voor het ruime publiek in het Archeologisch Museum van Velzeke. Op 2 juli werden dan de drie laureaten geproclameerd in het Museum te Velzeke.

Op 22 september 2002 werd in de St Martinuskerk te Sint-Martens-Lierde het door de Stichting uitgegeven fotoboek ‘Kerktorens in de Vlaamse Ardennen’ voorgesteld, met twee inleidingen door Geert De Vos, auteur van het boek, en door Kurt Braeckman, lid van de Raad van Bestuur van de Stichting.

 

In 2002 ging een ambitieus plan rijpen: Parike, deelgemeente van Brakel, amper enkele honderden inwoners, tot dan toe vooral befaamd om zijn heerlijke wandel- en fietswegen en zijn groene heuvels, omvormen tot een boekendorp, even vermaard als Redu, in Belgisch Luxemburg, waar boek en cultuur centraal staan. Op 10 november 2002 was het zo laat en werd in het Zuid-Vlaamse boekendorp de Streekboekenbeurs geopend, als een ‘Forum voor auteurs uit de Vlaamse Ardennen’, onder impuls van een stuurgroep gecoördineerd door Myriam Cosyns, en bevolkt door Marc Carlier, Gilberte Decubber, Jurgen De Mets, Raf Demets, Ludwig De Temmerman, René Lietar, William Van De Mergel en Carmen Vanden Broucke. Tijdens een literair aperitief lazen Francine Van Nieuwenhove – De Saeger, Stefaan De Smet, André Van Damme en Daniel De Neve er voor uit eigen werk. Daarop volgde een muzikale omlijsting door Valentijn Biesemans, Magali De Merlier en Antoinette Troncquo, en een optreden van de volkskunstgroep ‘Perreken’. Daarna kon de doorlopende tentoonstelling in de Gemeentelijke Basisschool van Parike beginnen, enkel onderbroken door een tekensessie voor kinderen en de uitreiking van boekenpakketten aan de leerlingen van de basisschool.

2002-charles liedts de vergeten baronIn 2002 was het 200 jaar geleden dat Charles Liedts, de ‘vergeten baron’, in Oudenaarde geboren werd. Liedts gaf zijn naam aan een park en een kasteel in de stad. Maar de roem van deze jurist, aanvankelijk advocaat aan de balie in Oudenaarde, was ooit niet gering. In 1830 was hij, als lid van het Nationaal Congres voor Oudenaarde, verantwoordelijk voor de invoering van het principe ‘taalvrijheid in bestuurszaken’ in de Belgische grondwet. Hij werd dan commissaris van het Belgisch Voorlopig Bewind, en vervolgens verkozen tot liberaal volksvertegenwoordiger in Oudenaarde. Hij werd later gouverneur van Antwerpen en Brabant, gevolmachtigd minister in Den Haag en Parijs, minister van Buitenlandse Zaken en van Financiën, Kamervoorzitter en minister van Staat. Een zekere gelijkenis met Herman De Croo, geboren en getogen in dezelfde regio, is dus nooit ver weg. Liedts was een duivel doet al, prominent vrijmetselaar, actief als zakenman en als bestuurder van tal van culturele en sociale verenigingen. Zijn diplomatieke talenten tijdens onderhandelingen met Nederland en Frankrijk plaatsten België resoluut op de economische wereldkaart. Een werkgroep ‘200 jaar Baron Liedts’ bereidde een huldezitting voor om hem passend te huldigen door een academische zitting van de Stichting Herman De Croo op 1 december 2002 in de Volkszaal van het stadhuis van Oudenaarde. Sprekers waren: procureur Hendrik De Jonge, ere-rector Leon De Meyer en Herman Balthazar, gouverneur van Oost-Vlaanderen. Historicus Jan Fransen gaf een historisch overzicht. De Oudenaardse Zangvereniging bezorgde 19e eeuwse liederen onder leiding van dirigent Jan Herreman. Bij deze gelegenheid werd het aan de politicus gewijde huldeboek gepresenteerd.

Op 25 mei 2003 werd de hulde gevolgd door de dag van het Liedts park, onder leiding van Georges Ghyssels. Drie Oudenaardse toneelgezelschappen brachten wagenspelen met de uitbeelding van de vijf zintuigen. Daarnaast werd in het park, onder grote publieke belangstelling, een historische evocatie gebracht van de voornaamste episodes uit het leven en de tijd van baron Liedts. Vermits Liedts ook duidelijk geïnteresseerd is geweest in botanica, richtte de Stichting in mei 2003 tevens een dahliawedstrijd in, waarbij tal van bollen werden aangeplant in de rotstuin van het Liedtspark, en in de volkstuintjes, na advies van de stichting Volkstuintjes en van de Hogeschool Gent, afdeling Biot. Op 26 september 2003 werd in het Stadhuis van Oudenaarde een tentoonstelling geopend, gestuurd door een werkgroep onder leiding van Paul De Pelsmacker, over ‘Kunst in de tijd van Liedts, 1802-1878’, sterk geholpen door bruikleen vanwege het Koninklijk Museum van Schone Kunsten in Antwerpen en enkele andere musea. Ze werd ingeleid door de provinciale gedeputeerde Jean-Pierre Van der Meiren, en door de Vlaamse Gemeenschapsminister van Cultuur Paul Van Grembergen, en door Dorine Cardyn-Comen, wetenschappelijk directeur bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Later in 2003 volgden nog een aantal voordrachten over Liedts, ingericht in samenwerking met het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum Oudenaarde, het Willemsfonds en het Vermeylenfonds, evenals een concert in samenwerking met het Festival van Vlaanderen. In juni 2003 vond in het oude stationsgebouw van Oudenaarde een expo plaats, ‘Liedts en de Trein’, over de geschiedenis van de trein en over de oude mijnwerkerstrein Oudenaarde-Ronse.

Vanaf 15 augustus 2004 organiseerde de Stichting in de gerestaureerde kerk van Balegem, in samenwerking met het Provinciaal Archeologisch Museum van Velzeke, een fototentoonstelling op basis van het boek ‘Kerktorens in de Vlaamse Ardennen’, van de hand van fotograaf Geert De Vos. Het gebeurde in het kader van het evenement ‘Bruisend Balegem’, dat ook nog een tweede tentoonstelling omvatte, ‘Vervlogen tijden: archeologische luchtfotografie’.

2006-déjeuner sur l herbehonoré d oMet het oog op de realisatie van het ambitieus project van het ‘Kunstparcours Vlaamse Ardennen’ werd in 2005 door het Centrum Herman De Croo een werkgroep ad hoc opgericht, met als coördinator kunsthistorica Ariane De Croo, en als leden Michel De Wolf, René Lietar, Willy Geenens, Kurt Braeckman en Rudy D’Hauwers. De bedoeling was van een kunstparcours langs een aantal ‘hot spots’ een cultureel evenement te maken dat kruisbestuiving zou tot stand brengen tussen het typische streekkarakter van de Vlaamse Ardennen en de internationale kunstwereld. Het project kreeg uiteindelijk de naam ‘Kunstroute Déjeuner sur l’herbe’, en kan beschouwd worden als een mooie voortzetting van de drie Hettema-wedstrijden. De praktische uitvoering werd een samenspel van het Centrum en het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten) te Antwerpen en Gent, dat thans tien jaar bestaat, en dat uitgroeide tot Vlaanderens leidinggevend instituut voor post-hogeschoolopleiding op het vlak van hedendaagse kunst. Uit de kunstwerken van de meer dan 150 binnen- en buitenlandse laureaten van het HISK van de afgelopen tien jaar werd een selectie gemaakt, onder de bekwame supervisie van kunstcurator Stef Van Bellingen. Ze zijn een weerspiegeling van de hedendaagse kunstscène in de regio, maar evenzeer in tal van buitenlanden. Bovendien namen enkele andere kunstenaars, die een band hebben met de regio, zoals Panamarenko, Jan Fabre, Luc Tuymans, Honoré d’O, Peter Buggenhout, Philip Huyghe en Guillaume Bijl, deel aan het project. In juli en augustus 2006 stonden ze opgesteld langs een subtiel uitgekiend parcours, met als hoofdlocatie het Provinciaal Archeologisch Museum te Velzeke, waar de vernissage plaats vond op 25 juni. Daarnaast liep de route langs een aantal typisch artisanaal-ambachtelijke sites: de koffiebranderij Hoorens in Sint-Maria-Oudenhove, het kasteel van Lilare in Sint-Maria-Oudenhove, de steenbakkerij van de familie De Swaef in Roborst, en Hangar 3 A van aannemer De Naeyer in Sint-Maria-Horebeke. Bovenop waren ook nog kunstwerken te bewonderen in openlucht, langs de pittoreske wegen van Zuid-Oost-Vlaanderen. Panamarenko, die in Michelbeke woont, heeft het peterschap van het gebeuren aanvaard. Jan Fabre, die tussen zijn talloze internationale activiteiten, vaak en graag de rust opzoekt van het landelijke Opbrakel, was bereid speciaal voor dit project een nieuw object te creëren dat te zien was in het heerlijke kader van de tuin van het kasteel van Lilare.

julie casier panamarenko herman de croo

Het project is dus tegelijk een eresaluut aan het schitterende landschap van de Vlaamse Ardennen, aan de moderne kunst en aan het pedagogisch talent in het HISK. Maar ook de toeristische promotie en de samenwerking met de lokale horeca werden niet uit het oog verloren. De naamgeving is uiteraard een verwijzing naar het beroemd schilderij van Edouard Manet, en tevens een suggestie om het artistiek genot te koppelen aan een picknick op een van de vele pittoreske plekjes van het parcours. Herman De Croo veroorloofde zich zelfs een ironische knipoog door, samen met Panamarenko en met Belgian Beauty kandidate Julie Casier, te poseren in een Tableau Vivant persiflage van Manet’s meesterwerk.

2008-coastomize

Van midden augustus tot midden september 2008 organiseerde de Stichting een tweede niet minder uitdagend kunstparcours in het schitterend landschap van de Vlaamse Ardennen: “Coastomize & andere Mixed Realities”. De titel verwijst naar het inspelen van hedendaagse kunstenaars op de typische ruimtebeleving van het Vlaamse landschap. Opnieuw werden acht laureaten van het Hoger Instituut voor de Schone Kunsten uitgedaagd om hun werken te confronteren met natuur en architectuur. Er wordt dit keer nog nadrukkelijker uitgegaan van Computer Art, Digital Art, Internet Art, Game Art en New Media Art, en van het concept virtualiteit. Dit virtuele maakt wel deel uit van de herkenbare dagdagelijkse realiteit, waardoor de kunstliefhebber en de toeschouwer geconfronteerd worden met een ‘mixed reality continuum’, waarbij zij voortdurend zullen twijfelen over wat nog echt, en wat virtueel is. Curator van het project was dit maal Sven Vanderstichelen. Behalve door privé-sponsoring werd het project ook mogelijk gemaakt door sponsoring van het Landbouwkrediet, de Nationale Loterij en de Provincie Oost-Vlaanderen. Het resultaat was tegelijk heel uitdagend, en toch geruststellend. Geruststellend was het vertrouwde en idyllische landschap van de Vlaamse Ardennen. Uitdagend was dat dit landschap getransformeerd en gesublimeerd werd door verrassende artistieke ingrepen. In een interactieve tentoonstelling kreeg men, via computers, landschappen te zien vanuit een vloerbodem die bestond uit duizenden kleine rechthoekige en vierkant gevormde sensoren over een ‘roos konijn’ dat alles als een ironische en milde draad verbond. In de oude industriële Steenbakkerij van Roborst had Ben Dierckx een door de bezoekers bestuurbare ‘zeppelin’ geïnstalleerd, waaraan een camera was bevestigd, waardoor men van op de grond de steenbakkerij vanuit de lucht kon verkennen. Niet minder interactief was de installatie ‘Electric Breeze’ van Gert Aertsen in Wijlegem-Zwalm: hier gaat het om het eerste publieke experiment met draadloze communicatie; twee windmolens met verticale assen gebruiken de verplaatsing van de lucht om energie te oogsten, waardoor communicatie tussen twee locaties mogelijk wordt. De kwaliteit van de verbinding tussen die twee locaties is afhankelijk van de snelheid van de windmolen, en van hoeveelheid gegenereerde energie.  

electric breeze

In de zomer van 2011 ging het Herman De Croo Centrum alweer een nieuwe, avontuurlijke uitdaging aan via een partnership met Bozar, het Europees cultuurplatform dat gevestigd is in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, en dat de ambitie heeft een netwerkrol te spelen tussen Europese landen en wereldculturen enerzijds, de gemeenschappen, gewesten, regio’s en steden in België anderzijds. Directeur Paul Dujardin en Frank Vanhaecke van de dienst Fotografie werkten een project uit. Bozar ging dit keer extra muros, en samen met het Herman De Croo Centrum organiseerde het de tentoonstelling ‘Bozar en campagne. De grens. La frontière. Hedendaagse Belgische fotografen’. Van 2 juli 2011 tot 11 september 2011 werden in het grensgebied van Zuid-Oost-Vlaanderen en Henegouwen, een iconische locatie, langsheen en over de onzichtbare (taal)grens, meer bepaald op het pittoreske dorpsplein van Everbeek (Brakel) en in de Résidence des artistes in Vloesberg (Flobecq) een honderdtal foto’s van ‘grensfotografen’, samengebracht en gekaderd in het landschap.

2011-de grens

Met ‘grensfotografen’ wordt bedoeld kunstenaars die imaginaire draden spannen tussen verschillende werelden, tussen godsdiensten en culturen, tussen sociale klassen, tussen etnische en economische groepen, tussen leefwerelden. Michel Castermans toont via Google Maps de grenzen van onze eigen open taalgrens. Pierre-Philippe Hofmann doet net het omgekeerde, door die scheidingslijn te negeren, en impressies te bieden aan beide zijden van de taalgrens. De Palestijnse Rula Halawani toont, vanuit haar persoonlijke ervaringen, de scherp afgesloten grens van het conflict in Palestina, aan de hand van beelden over de muur tussen Joodse en Palestijnse gebieden in Israël. Karin Borghouts en Herman van den Boom zochten de aanwezigheid van andere grenzen, tussen publiek en privé, tussen oude structuren en nieuwe residenties. Alexandra Cool nam de breuk tussen twee aardplaten in IJsland als uitgangspunt, als voorwerp van een kinderspel, en als signaal van de onderliggende gevaren. Bieke Depoorter ging de grenzen letterlijk te lijf door in afgelegen Russische dorpen wildvreemden om een slaapplaats voor haar te vragen; ze haalde daarbij in een klap de individuele en culturele grenzen neer, waardoor een merkwaardige intimiteit ontstond. De Ierse Dora McGrath van haar kant ging op zoek naar de relicten van de weggegomde eeuwenoude binnengrenzen in Europa, die, weggevallen door het Schengen-verdrag, hun oude betekenis verloren hadden, en liggen te wachten op een nieuwe identiteit. Deze acht creatieve kunstenaars hebben dus de a priori onzichtbare complexiteit van het grensfenomeen omgezet van een sociale abstractie in een actieve beelddynamiek.