Colloquia, symposia en debatavonden

 

eerste colloquium 1989

Vanaf het prille begin heeft de Stichting Herman De Croo, naast de schoolwedstrijden, tenminste elk jaar, en soms tweemaal per jaar belangwekkende congressen georganiseerd, in overwegende mate over economische thema’s, en steeds vanuit dezelfde filosofie van sociale bewogenheid en economische bekommernissen zoals die gebleken was in de schoolwedstrijden.

Het eerste colloquium, rond het ambitieuze thema “De economische evolutie in Zuid-Oost-Vlaanderen naar het jaar 2000”, ging door in Ronse op 9 juni 1989, onder voorzitterschap van de Oost-Vlaamse provinciegouverneur Herman Balthazar, en van Thyl Gheyselinck, sinds 1986 manager voor de reconversie van de Kempische steenkolenmijnen. Na een inleiding door Herman Herpelinck, secretaris van de PVV-Senaatsfractie, herinnerde prof. Herman Balthazar aan de grijze sociale ellende in de regio in het verleden, maar zag toekomst in de toeristische ontplooiing, maar dan wel liefst educatief toerisme en wandeltoerisme, dat de sfeer en de waarde van de landschappen ongeschonden zou laten. Hij zag ook heil in een betere valorisatie van reeds bestaande archeologische sites. Moderator Eric De Temmerman leidde daarna een debat met als panelleden mevr. Annie De Maght – Aelbrecht, burgemeester van Aalst, de h. Pycke van Inexco-Top Bronnen en de h. Van Dierdonck van Associated Weavers International. Tenslotte sprak Thyl Gheyselinck over zijn ervaringen met reconversie in Limburg tijdens de laatste twee jaren. Maar ook Zuid-Oost-Vlaanderen is hem niet vreemd: zijn grootvader was rond 1900 stationschef te Etikhove, en zijn vader liep er school. Daarna gaf Herman De Croo uiting aan zijn optimisme over de economische toekomst van de regio, volgens hem, paradoxaal genoeg, te wijten aan het feit dat ze vooralsnog niet over-geïndustrialiseerd is geraakt. De cruciale vraag blijkt te zijn: hoe groen mag de rekening zijn van de reconversie van de Vlaamse Ardennen?

colloquium 1990Het tweede congres werd uitgewerkt door twee experten inzake ruimtelijke ordening, de Gentse hoogleraren Marcel Anselin en Georges Allaert. In de Bevegemse Vijvers in Zottegem werd op 15 maart 1990 fel gedebatteerd over “Hoe tewerkstelling integreren in de ruimtelijke ordening van de regio Zuid-Oost-Vlaanderen ?”. De discussie bracht aan het licht dat de regio beschikt over een aantal troeven die andere Vlaamse gebieden niet hebben: een toeristisch creatief potentieel en een aanzienlijk woonpotentieel. Er is werk op de plank voor de gemeentebesturen inzake infrastructuur, openbaar vervoer en het valoriseren van KMO-terreinen. Aan de bedrijfswereld wordt gesuggereerd studiewerk en samenwerking te promoten, en de oprichting van een regionale holding te overwegen. Als concreet resultaat van het colloquium legde de Stichting Herman De Croo meteen contacten met de Kamers van Handel en Nijverheid en van het Bouwbedrijf, precies om studieopdrachten tot stand te brengen. Iets later, in 1992, dook nog een tweede interessante spin-off van dit bewustmakingsproces op: de oprichting door de provincie Oost-Vlaanderen van twee structuren, het TIVA (Tewerkstellingsinitiatief Vlaamse Ardennen) en het TIRA (Tewerkstellingsinitiatief Regio Aalst). In beide gevallen werd een vaste coördinator aangeworven, die moest instaan voor de ontwikkeling van het plattelandstoerisme, voor onderwijs, tewerkstelling, industrieterreinen en infrastructuur. Tegelijkertijd dook nog een derde instelling op: de VZW Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen, een consortium van tien steden en gemeenten, dat als taak krijgt het regionaal landschap toekomstgericht vorm te geven.  

Op 12 en op 20 juni 1990 organiseerde de Stichting, in samenwerking met Jaycees Ronse, in het domein St. Hubert te Ronse, twee seminaries over ‘Bedrijfscultuur’ met tal van praktijkvoorbeelden. Sprekers waren prof. Karel De Witte van de KU Leuven, en George Eneman, docent aan de Handelshogeschool te Antwerpen. Naar buiten uit gaat het in de bedrijfscultuur vooral over het bedrijfsimago. Maar, stelden de sprekers, de mooie strategische plannen kunnen niet slagen indien binnen in het bedrijf geen samenhang bestaat van waarden, mythes en symbolen die gedragen worden door alle actoren in de groep.

Nog in hetzelfde jaar, op 29 november 1990, zaten in de Salons Mantovani in Oudenaarde de koppen alweer samen over “Gepensioneerd ? Wat nu ?”. Moderator was Walter De Meyer, adjunct administrateur-generaal van de dienst Pensioenen. Het demografisch facet werd belicht door socioloog Gilbert Dooghe van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudie. Erwin Devriendt, stafmedewerker Solidariteit en Gezin, sprak over ‘Onze zorg ook bejaardenzorg’. Geriater Lucien De Cock nam het facet ‘Geriatrie, waar sta je, waarheen ga je?’ voor zijn rekening; de aanwezigen stelden ten zeerste prijs op zijn afwijzing om mee te huilen met de zwartkijkers rondom dementie. Voor de betrokken patiënten is in de eerste plaats inzicht in het dementie-gebeuren nodig; eens zij het ziektebeeld willen kennen en begrijpen, wordt het zoveel draaglijker.

 

milileu symposium stichting herman de croo

 

Op 23 en 24 maart 1991 werd in Ronse, op de campus van het Koninklijk Atheneum, een andere invalshoek aangepakt : “Milieu-symposium : waarheen met onze streek”. De terzake zeer ervaren Gentse hoogleraar Wim Van Cotthem, van het laboratorium voor Morfologie en Ecologie, leidde een boeiende discussie met I. Cappaert, directeur Vlaamse Maatschappij Watervoorziening, ingenieur Frank Parent, directeur OVAM, Paul Wille, gedeputeerde provincie Oost-Vlaanderen, Leonard Quintelier, kabinet minister Leefmilieu, prof. Paul De Meester, directeur Vlaamse Landmaatschappij, en Paul Van Ceunebroeck, voorzitter van de Omer Wattez Stichting. Het werd een fel pleidooi om, naast de oplossingen op wereldschaal, een krachtige aanpak van de milieuproblemen op regionale schaal te realiseren. Van Cotthem poneerde dat de tijd rijp was om, via ernstige bezinning, de basis te leggen voor een krachtige aanpak van de plaatselijke milieuproblemen, en het liefst met de hulp van de jeugd. Herman De Croo betoogde toen, in zijn onnavolgbaar en allerpersoonlijkste idioom, dat de kansen voor milieuzorg in deze streek precies hoger lagen dan in de rest van Vlaanderen omdat ‘wij, in Zuid-Oost-Vlaanderen, nog niet met de krans van molenstenen – ik bedoel vestigingen van vervuilende industrie – rondom de hals zitten. Het laat ons toe van onze handicap een deugd te maken, door het aantrekken van alleen maar stille en milieuvriendelijke bedrijvigheid’. Aan het eind van de debatten werd hulde gebracht aan Karel Poma als eerste Staatssecretaris voor Leefmilieu, en was er een slottoespraak door Gemeenschapsminister Theo Kelchtermans.

Een jaar later, op 26 maart 1992, werd het opnieuw Oudenaarde, over “Europa 1993 : de kans of een bedreiging voor uw K.M.O.?”. De volkszaal van het historisch stadhuis was tot de nok gevuld met bedrijfsleiders en stafleden van tientallen KMO’s uit Zuid-Oost-Vlaanderen. Ze waren stellig uitgedaagd door de vraag of de Europese instellingen en hun wetgeving een zegen of een spook zouden zijn voor hun ondernemingen, een weldaad of een draak. Europarlementslid en gewezen Eurocommissaris, Willy De Clercq, betoogde dat Europa 1992 niet enkel fantastisch is voor de grote ondernemingen, maar al evenzeer voor de vele KMO’s in ons land. Deze KMO’s missen echter momenteel een passende strategie en zouden dus nadrukkelijker beroep moeten doen op het nuttig instrument van het Euro-Infocenter. Ze beschikken door hun flexibiliteit en hun specialisaties over grote troeven. Prof. Lieven Lenaerts, adjunct secretaris-generaal van de Benelux Economische Unie, besprak concreet de administratieve en de juridische gevolgen van de veranderingen in de Europese wetgeving, op het vlak van fiscaliteit en bankwezen; hij deed een oproep tot een positieve reactie op het fenomeen van het openstellen der Europese markten en van de harde vrije concurrentie. Johan Declerck, projectleider van het Euro-Infocenter, legde uit hoe dit Infocenter een uiterst nuttig netwerk vormt met alle andere centra in de andere Europese landen, en dus het instrument bij uitstek is voor zeer concrete vragen over rechten en plichten in de Europese handel, en voor nazorg bij het afsluiten van contracten; er wordt zelfs een handig dienstenpakket Euroscan aangeboden.

In hetzelfde jaar 1992, op 24 oktober, was men opnieuw in Ronse, in de Stedelijke Muziekacademie, voor een symposium over “Verdovende middelen, een maatschappelijk probleem”. Zuid-Oost-Vlaanderen was tot voor enkele jaren kennelijk quasi clean op dit vlak, maar de jongste jaren groeide het probleem zienderogen. De Stichting was van oordeel dat een discussie terzake zo interdisciplinair mogelijk moest worden aangepakt, in het licht van de uiteenlopende juridische en technische facetten. Daarom gaf ze de debatleiding in handen van procureur Hendrik De Jonge, en werd hij bijgestaan door kapitein Charles De Winter van het Centraal Bureau voor opsporingen van de Rijkswacht, en door majoor Bergmans commandant van het Rijkswachtdistrict Oudenaarde. De Stichting vroeg verder ook de Gentse decaan van de Faculteit Farmacie André De Leenheer om het toxicologisch aspect van het drugsprobleem te belichten. Professor Bryce De Ruyver van de Faculteit Rechtsgeleerdheid in Gent, was als criminoloog de ideale expert wegens zijn jarenlange ervaring met baanbrekend wetenschappelijk onderzoek van drugs- en alcoholverbruik en –misbruik, en van de methodes om betrokkenen terug in de samenleving te brengen. Dr. Stan Ansoms nam deel aan het debat als psychiater, en hoofdgeneesheer van de kliniek van de broeders Alexianen te Tienen, gespecialiseerd in ontwenningstechnieken bij druggebruikers. Dirk Vandevelde, directeur van de therapeutische gemeenschap ‘De Kiem’ te Moortsele-Oosterzele, belichtte de maatschappelijke aspecten. Hij was vergezeld door Tine, een gewezen drugverslaafde.

Op 23 maart 1393 greep in de aula van de Bloemenveiling Flora in Aalst een colloquium plaats over “Ondernemen in 1993”. Tony Vanden Bossche, BRT journalist, leidde de debatten. Hij liet een aantal bedrijfsleiders, als ervaringsdeskundigen, hun verhaal doen in een discussiepanel, dat een tipje prijsgaf van ondernemersgeheimen, maar ook waarschuwde voor al te veel vermetelheid: mevrouw Marie-Jeanne Pieters-Becaus, de heren Jean Neyrinck, gedelegeerd bestuurder Amylum, Jean Piet De Nul van De Nul Ondernemingen, Luc Van Nevel van Samsonite, Fred Valcke van AZ-weekbladen, en Gunther Pauli van Ecover. Voorop in de discussie stonden facetten als het milieu, de huidige recessie, de werkloosheid, de concurrentie van lagelonenlanden, de grote Europese eenheidsmarkt. Rector Leon De Meyer, voorzitter van de Stichting bezorgde een inleiding, Herman De Croo zorgde voor het slotwoord.

Nog steeds in 1993, op 20 november, greep in de Salons Mantovani te Oudenaarde een symposium plaats over “Service-industrie in Zuid-Oost-Vlaanderen : nieuwe kansen voor tewerkstelling in de streek ?”. De discussies werden geleid door professor economie Fernand Rogiers. Eddy Raepsaet, secretaris Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen, betoogde dat het concept regionaal landschap significant kan bijdragen tot de ontwikkeling van een service-industrie in Zuid-Oost-Vlaanderen. Gilbert Verleye, streekcoördinator Tewerkstellingsinitiatief Vlaamse Ardennen (TIVA), achtte de verscheidenheid in het toeristisch patrimonium een grote troef voor de economische en de tewerkstellings-expansie in de streek. Luc Van Nevel, managing director Samsonite Europe N.V., toonde zich niet opgetogen over lucratieve inplantingen zoals Euro-Disney, en ging in op de relatie tussen milieu en industrie. Chris Van de Wijngaert, gewestelijk secretaris ABVV Vlaamse Ardennen, waarschuwde er voor dat het spook van de delocalisering onafwendbaar is indien er niets gebeurt op het vlak van de evenwichtigheid van de sociale kosten. Jacques Pycke, voorzitter Lekkerland België, pleitte voor grotere samenhorigheid tussen de staat, het bedrijf en de vakbond om te kunnen komen tot een positieve dialoog. Walter Ronsse, directeur-generaal Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Vlaanderen (GOMOV), kon wijzen op de enorme verschuivingen in de tewerkstelling: van de 100.000 landbouwers en de 100.000 textielarbeiders werden telkens gereduceerd tot tweemaal 15.000, gedeeltelijk door het bereiken van een hogere productiviteit. In zijn slotwoord zag Herman De Croo een tweevoudige ontwikkeling in de toekomst voor ecologie en economie: enerzijds de grote ontwikkelingsas van de Kanaaltunnel naar Randstad Holland, anderzijds megalopolis Rijsel. Naar aanleiding van ‘5 jaar Stichting Herman De Croo’ werd het symposium gevolgd door een feestelijk banket en de opening van de tentoonstelling van de werken van mevrouw Hettema.

Twee maanden later kwam men alweer samen in Oudenaarde, op 14 januari 1994, voor een congres over “Regionale televisie in Zuid-Oost-Vlaanderen: voor wanneer ?”. Het was georganiseerd in samenwerking met AVS, RAR, Coditel, Gaselwest, Intergem, en tal van politieke formaties uit de streek. Dit thema kwam aan de orde na de goedkeuring van het Kabeldecreet in de Vlaamse Raad in januari 1987, en de publicatie van de uitvoeringsbesluiten in juni 1988, en het feit dat toen Eeklo (AVS), Antwerpen, Leuven en Waregem zendmachtiging ontvingen. Aan het eind van het debat trok Herman De Croo, die als gewezen minister voor P.T.T. erg betrokken was bij deze problematiek, een aantal conclusies. Hij pleitte voor een herschikking van het zendbereik in de provincie Oost-Vlaanderen. De twee voorziene blokken beantwoorden niet aan de geografische en sociologische realiteit : AVS voor Gent-Eeklo-Oudenaarde, en ADS voor Aalst-Dendermonde-Sint-Niklaas. De intensieve interactie tussen de arrondissementen Aalst en Oudenaarde wordt aldus niet onderkend. De grote afstand tussen de ploeg van Eeklo (AVS) en Zuid-Oost-Vlaanderen dreigt deze laatste regio sterk in de verdrukking te brengen. De Stichting pleit bijgevolg voor een andere opdeling van de provincie : het echte zuiden van de provincie aan de ene kant, het noordelijke deel, inbegrepen de grootstad Gent, aan de andere kant.

Aalst was opnieuw aan de beurt op 27 mei 1994, in de raadzaal van het belfort, met een congres over “Seniorenbeleid”. Drie thema’s stonden voorop : 1) de demografische realiteit van de senioren en de perceptie van de bejaarden door de samenleving; 2) hulpbehoevendheid en de nood aan een globaal bejaardendecreet; 3) de rol van de lokale besturen inzake huisvesting, zorgen, veiligheid en participatiemogelijkheden. De inleiding werd gebracht door dokter Luc De Keukelaere, provincieraadslid en OCMW-voorzitter in Merelbeke. De Aalsterse burgemeester, volksvertegenwoordiger Annie De Maght, behandelde het thema ‘veiligheid’. Geriater Lucien De Cock besprak de problemen rond specifieke zorg voor senioren. Dominique Verté, assistent aan de VUB, besprak de huisvestingsproblematiek. De h. Luypaert besprak inspraak en participatie. André Dooms, schepen Derde Leeftijd in Aalst, had het over filosofische overtuigingen. Herman De Croo leverde het slotwoord, als gewezen minister van Pensioenen.

Op 9 mei 1995 ontving het domein St. Hubert in Ronse een boeiend colloquium over “Delokalisaties van bedrijven in Zuid-Oost-Vlaanderen”. Aanleiding tot dit congres was de recente erkenning van de provincie Henegouwen door de Europese Unie als Doelstelling I – gebied, waardoor ze kon rekenen op ruime structuur- en investeringsfondsen om de ontwikkelingsachterstand weg te werken. Gedurende zes jaar zal Henegouwen aanspraak kunnen maken op 66 miljard BEF aan steun van Europa en het Waals gewest. Dit financieel en economisch proces zou kunnen leiden tot een ernstige ontwrichting van de economische slagkracht van de arrondissementen Aalst en Oudenaarde, op het vlak van verkeersontsluiting en beschikbaarheid van bedrijventerreinen, inclusief grondprijzen. De onevenredige lokroep van het Henegouws gebied inspireerde nu reeds bedrijven uit de Vlaamse Ardennen om herlocalisatie naar Henegouwen en Noord-Frankrijk te overwegen. De studieavond werd geleid door bestendig afgevaardigde (en latere minister van Binnenlandse Zaken) Guido De Padt, met medewerking van Bart De Cock, streekcoördinator TIRA en Gilbert Verleuen, streekcoördinator TIVA. Er volgden nog referaten van Herman Van Sebroeck, adviseur Federaal Planbureau, Henri Van Dierdonck, afgevaardigd bestuurder van Associated Weavers, Guy Haaze, nationaal voorzitter ACLVB, en Walter Ronsse, directeur-generaal GOMOV.  

Op 15 maart 1997 organiseerde de Stichting een studiedag over “Outplacement : een instrument in het personeelsbeleid bij de overheid?”. Lynn Couttigny, vice-voorzitter van het Nationaal Verbond Outplacement, belichtte de essentiële functie van het systeem: een ontslagen werknemer die op vraag en kosten van de werkgever professioneel bijstand verkrijgt op psychologisch en materieel vlak met de hulp van een gespecialiseerd extern bureau. De succespercentages van het systeem liggen bijzonder hoog. Arbeiders en bedienden worden even soepel begeleid als kader- en leidinggevend personeel. Roger De Cadt betoogde dat te veel ontslagen vijftigplussers ten onrechte denken dat ze te oud zijn voor de arbeidsmarkt; de gegadigden moeten wel tal van moeilijkheden overwinnen, men name het uitschakelen van logische frustraties, en het geloven in de eigen goede punten waarvan men onvoldoende bewust is. Roger De Langhe, directeur-generaal ambtenarenzaken van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, vreest dat momenteel outplacement voor ambtenaren nog niet is weggelegd, wegens het statuut van de vastheid van de betrekking. Willy Dierickx van de liberale vakbond VSAO, erkende dat deze vastheid niet eindeloos kan duren; hij verkiest evenwel brugpensionering boven outplacement. De Stichting gaf de conclusies van het symposium ook de vorm van een van haar Cahiers.

In 1998, naar aanleiding van 10 jaar Stichting Herman De Croo, ging de Stichting een heel nieuwe richting in door een colloquium over archeologie. Drijvende kracht was hier Rudi D’Hauwers, coördinator van de werkgroep archeologie. Hij realiseerde zich dat naambekendheid door bedrijven meer en meer wordt nagestreefd via cultuur als positief uithangbord. Cultuurtoerisme loont de moeite als marketingstrategie, maar is ook economisch een factor van betekenis geworden. Het cultureel potentieel is echter veel breder dan de overbekende attracties van de grote steden. Archeologisch erfgoed is in deze niche quasi onontgonnen terrein. In Zuid-Oost-Vlaanderen is weliswaar een aanzet gegeven met de musea en de sites van Velzeke en Ename. Heel wat meer sites kunnen nog beter worden ontsloten, als daar zijn de abdij van Ninove, de burcht van Herzele, het klooster Beaulieu te Petegem, de crypte van Ronse, de motte van Roborst. Op 28 maart 1998 organiseerde de Stichting in het Cultureel Centrum De Plomblom te Ninove een colloquium over “Archeologische ontsluiting, sponsorship en cultuurtoerisme in Zuid-Oost-Vlaanderen”. Twee werelden werden op dit forum samengebracht, die van de potentiële sponsors uit de bedrijven, die van de archeologen en de verantwoordelijken inzake toerisme. Ingenieur Lenaers, voorzitter van de Confederatie van het Bouwbedrijf belichtte de mogelijke rol van de bedrijfswereld. Fons Mouling vertegenwoordigde, als adjunct administrateur-generaal, de dienst Toerisme Vlaanderen. Luc Bauters, provinciaal archeoloog, sprak over ‘Archeologische ontsluiting: valkuilen en voetangels’. Kurt Braeckman over ‘Zuid-Oost-Vlaanderen: een ongekende schatkamer’. Frank Becauwe, van het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, over ‘De Vlaamse Overheid: tussen vraag en aanbod’. Marie-Claire Van Der Donckt, conservator Provinciaal Archeologisch Museum t’Ename, over ‘Ename: fondsenwerving in de praktijk’. Jaak Peersman over ‘De abdij te Ninove, een voorbeeld?’.

Op 17 oktober 1998, nog steeds als onderdeel van Tien jaar Stichting, greep in de Ridderzaal van het Egmontkasteel in Zottegem een studiedag plaats over ‘Muziekonderwijs in beweging’. Onder de hoede van Werner Trio van de radionieuwsdienst van de VRT, debatteerden Jan Becaus van de nieuwsdienst van de VRT (maar hier als vertegenwoordiger van de modale, kritische amateurmusici), Michael Scheck eredirecteur van de Hogeschool Antwerpen, pianist Marc Erkens, Jan Rispens van de Hogeschool Gent, Frans Tuyts, directeur van de Academie van Sint-Niklaas, Herman De Vleeschouwer directeur van de Academie in Schoten, Hector Petit, schepen van Cultuur van Zottegem. Het colloquium werd gevolgd door een concert in het Stadstheater.

 

collocuium 2000 streekgebonden gastronomie

 

Een niet minder innovatieve koers kwam tot leven in 2000 met het project ‘Streekgebonden gastronomie’. Het startte op 14 april 2000 in het Koetsenhuis van het Abdijpark te Geraardsbergen met academische inleidingen door Guido De Padt, gedeputeerde toerisme, prof. Jacques Collen, voorzitter van de Academie voor de Streekgebonden Gastronomie, en Kamervoorzitter Herman De Croo, gevolgd door een ongetwijfeld heerlijke degustatie van Oost-Vlaamse gerechten, gepresenteerd door de hotelafdeling van het KTA ‘De Ledebaan’ van Aalst, en de dag erna door een Breugheliaans eetfestijn, weliswaar in beide gevallen omlijst door een tentoonstelling met culinaire affiches en schilderijen, en door oude volksmuziek. Op 16 april volgde een beurs van streekgebonden producten op het marktplein van Geraardsbergen, begeleid door het vermaarde jazzensemble Willy Aelvoet in New-Orleans-stijl, en vergezeld met een geslaagde Guinness-recordpoging door de Geraardsbergse Broederschap der Mattentaart voor de grootste mattentaart ter wereld, met niet minder dan 16.40 m², vervaardigd door bakker Geert Vereleyen, en glunderend aangesneden door Kamervoorzitter Herman De Croo en minister van Landbouw Jaak Gabriëls. Op 25 april sloot prof. Denis De Keukeleire af met een lezing over ‘Bier en Kaas’.

Op 30 juni 2001 organiseerde de Stichting in de feestzaal Ladeuze te Maarkedal een seminarie over “Erosie in de Vlaamse Ardennen. Wat doen we er aan?”. Herman Herpelinck was de gedreven voorzitter van dit project. Uitgangspunt was de vaststelling dat de streek sinds enkele jaren zwaar geteisterd is geworden door milieuproblemen, meer bepaald via bodemerosie en wateroverlast. Vooral de erosie door regen is sterk toegenomen in de jongste jaren. Oplossingen, zoals goede landbouwpraktijken, kleinschalige infrastructuurwerken (opvangsystemen en bezinkingszones), aanleg van grasland en groenstroken langs waterlopen, werden gezocht door Oost-Vlaamse overheidsinstanties in samenwerking met de Universiteit Gent. Het seminarie van de Stichting De Croo had de expliciete ambitie deze instanties samen te brengen met de lokale beleidsmensen, de milieugroeperingen, de landbouwers en de burgers. Eddy Poelman, van het Provinciaal Centrum voor Milieuonderzoek, sprak over ‘Erosie in de Vlaamse Ardennen: voorstelling van de problematiek’. Martine Swerts, van Aminal, over ‘Erosiebestrijding door lokale besturen en de landbouw met ondersteuning’. Ronald Grobben (IGO Leuven) en Guido Van Beek (Vlaamse Landmaatschappij) over ‘Kleinschalige erosiebestrijdingsmaatregelen in de praktijk’. Eric De Temmerman modereerde nadien nog een panel met een aantal politieke mandatarissen en verantwoordelijken van technische diensten.

 

Colloquium 2005 nutsvoorziningsleidingen in zuid oost vlaanderen

 

In 2005 werd opnieuw, na enkele jaren respijt, aangeknoopt met de goede oude traditie van de symposia, met een colloquium over “Nutsvoorzieningsleidingen in Zuid Oost-Vlaanderen: wie weet, wie beheert, en wie komt tussen?”. Het ongeval in Ghislenghien was de onmiddellijke aanleiding om zich te bezinnen over de vraag hoe dergelijke rampen vermeden kunnen worden. Duidelijk is geworden dat preventie afhangt van goed beheer en goede inventarisatie van de leidingen van gas, water, elektriciteit en telecommunicatie. Cruciale vraag is thans of er geen nood is aan een centrale dienst die alle informatie centraliseert. Het colloquium greep plaats op 28 mei 2005 in de aula van de elektriciteitscentrale van Electrabel in Ruien, een voor de hand liggende locatie voor dit thema. Het werd voorbereid door een werkgroep, samengesteld uit Alexander De Croo, Willy Geenens, Jürgen Demets en Kurt Braeckman. Met dit initiatief hoopte het Centrum Herman De Croo een leidende rol te spelen in het verwezenlijken van een gecoördineerde aanpak van deze problematiek. De studiedag werd voorgezeten door André Denys, gouverneur van Oost-Vlaanderen, een voor de hand liggende keuze, gezien zijn functie als coördinator van het provinciaal rampenplan. Referaten volgden door C. Merckx, attaché crisiscentrum, over ‘De rol van het crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken’; door J. Mortier van Elia, over ‘De positie van de nutsbedrijven bij het beheer van nutsleidingen’; door G. de Hemptinne van Assets Fluxys over ‘Het veiligheidsaspect bij het vervoer van gasleidingen’; L. Bauwens, directeur veiligheid Oost-Vlaanderen, over ‘ De coördinerende functie van de provincie bij rampenbestrijding’; Christian Bal, brandweercommandant Oudenaarde, over ‘De brandweer als concrete actor bij rampenbestrijding’.

Op 18 april 2008 organiseerde het Centrum in de KaHo Sint-Lieven te Aalst een congres over “Mobiliteit en openbaar vervoer”. De bedoeling was om niet enkel de problemen te analyseren, maar evenzeer innoverende en globaliserende oplossingen aan te reiken. Mobiliteit is uiteraard gekoppeld aan ruimtelijke ordening, milieu, fiscaliteit en arbeidsorganisatie, en dat zijn stuk voor stuk gevoelige terreinen. Het congres werd voorgezeten door journalist Johnny Vansevenant. Ignace Van der Vorst, manager streekoverleg Zuid-Oost-Vlaanderen, besprak de algemene mobiliteitssituatie. Senator Luc Willems en volksvertegenwoordiger Guido De Padt hadden het over ‘Op het goede spoor. Mobiliteit en openbaar vervoer in Zuid-Oost-Vlaanderen. Een terugblik’. Philippe Janssens, van de Bond Trein-, Tram- en Bus gebruikers, onthulde ‘Openbaar vervoer op maat van de gebruikers’. Georges Allaert, hoogleraar Universiteit Gent, expert inzake mobiliteitsproblematiek, had het over ‘Waar staan we in Vlaanderen inzake duurzame mobiliteit?’. Luc Bontemps, afgevaardigd bestuurder van Febiac behandelde “De rol van de auto in mobiliteit’. Frédéric Petit, woordvoerder Infrabel, besprak ‘Infrabel investeringen in Zuid-Oost-Vlaanderen”. Peter Van Overvelt, ambtenaar bij De Lijn, had het over het ‘Spartacusplan’. Gouverneur Denys trok een aantal treffende conclusies. Via dit congres lanceerde het Centrum De Croo een voor België nieuw concept, door de vaststelling dat doorgaan met onbeperkte individuele verplaatsing, zelfs afgezwakt door carpooling en medereizigerschap, het woon-werkverkeer totaal dreigt lam te leggen, en door de andere vaststelling dat aanleg van nieuwe wegen quasi onmogelijk is geworden. Een mogelijk alternatief kan gevonden worden in het ontwikkelen van ophaalstations en afstapstations dicht bij de autosnelwegen, waardoor, na een korte wagenrit, een transferium naar een langer spoorwegtraject mogelijk zou worden. De formule transferium, overstap van wegvervoer op hoogwaardig openbaar vervoer, is reeds in gebruik in Nederland, en directeur-generaal Sabine s’Heeren van Reizigers Nationaal van de NMBS was de idee niet ongenegen.

 

colloquium 2009 hervorming brandweer civiele bescherming

 

Op 17 april 2009, in de nieuwe Brandweerkazerne van Oudenaarde, belegde het Centrum, onder de leiding van Alexander De Croo en Kurt Braeckman, een congres over “Hervorming brandweer en civiele bescherming. Wat verandert er voor u ?”. Burgemeester van Oudenaarde, en parlementslid, Marnic de Meulemeester leidde de debatten in met vaststelling dat liefst 97 % van de Belgische bevolking beweert vertrouwen te hebben in de mensen, grotendeels vrijwilligers, van de brandweer en de civiele bescherming. Herman De Croo besprak de totstandkoming van de wet van 2007 over het globaal veiligheidsbeleid, gestemd onder minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael, en waarvan de uitvoeringsbesluiten nog moeten worden genomen. De Croo pleitte voor zone-overschrijdende diensten en interventies, en voor billijke verloning en goede opleiding van de brandweerkorpsen. Vran Sran, adviseur civiele veiligheid op het kabinet Binnenlandse Zaken, belichtte het huidig regelgevend kader van de brandweer. Commandant ir. Donald Withouck, voorzitter van de Brandweer Vereniging Vlaanderen, vertolkte de nog overblijvende knelpunten. Willy Pauwels, officier bevelhebber van de brandweer van Ronse, belichtte de concrete impact van de hervorming op Zuid-Oost-Vlaanderen. Guido De Padt, minister van Binnenlandse Zaken, kreeg het slotwoord, waarin hij zijn intentie toelichtte om een nieuw concept van statuut te realiseren voor de brandweerlieden over heel België, waarbij elke beroeps-brandweerman en elke vrijwilliger op gelijke wijze behandeld zal worden, aangepast aan de specifieke risico’s en omstandigheden waarin ze tussenbeide moeten komen.

Op 16 april 2010 vond een baanbrekend symposium plaats op het stadhuis van Oudenaarde over “Medische urgentiehulp in landelijke gebieden”, ingeleid door prof. Dr. Francis Collardyn, afgevaardigde-beheerder van het Universitair Ziekenhuis van de Universiteit Gent, en voorgezeten door gouverneur André Denys. Zuidelijk Oost-Vlaanderen beschikt weliswaar over een uitmuntend netwerk van huisgeneesheren en eerstelijnsartsen, en al evenzeer over uitstekend uitgeruste klinieken op redelijke afstand, zij het minder gunstig dan in steden en in meer verstedelijkte regio’s. Bij ongevallen in huis, op het werk, of in verkeerssituaties, zijn echter de goede oproepkansen via het hulpcentrum 100, de snelheid van medische bijstand, en de beschikbaarheid van een 100-ziekenwagen uitgerust met een geneesheer vaak cruciaal voor overlevingskansen. In geval van hartstilstand is de beschikbaarheid van een Automatische Externe Defibrillator (AED) op publieksplaatsen uiterst belangrijk. In rurale gebieden kan de aanrijtijd van een MUG (Mobiele Urgentie Groep), allernoodzakelijkst om een patiënt in dringende gevallen snel over te brengen naar een gespecialiseerd soms verder gelegen hospitaal, wel eens hoog oplopen, met fatale afloop. Voor afgelegen gebieden werd daarom door de overheid een proefproject opgezet met een Paramedisch Interventie Team (PIT), met de bedoeling dit tijdsinterval met gespecialiseerde verpleegkundige hulp in te vullen. Er zal moeten worden onderzocht hoe ook in rurale gebieden kan gewerkt worden met de formule van huisartswachtposten om, zoals reeds bestaat in stedelijke centra, ook buiten de gewone werkuren, een huisarts-opvang te voorzien waardoor patiënten niet nodeloos naar de spoedgevallendienst dienen te gaan. Prof. Dr. Koen Vandewoude, directiemedewerker UZ Gent, en Frank Lippens, directeur ziekenhuis Sint Vincentius te Deinze, begeleidden de debatten. Prof. Dr. Roy Remmen, docent huisartsgeneeskunde Universiteit Antwerpen, analyseerde de wachtdiensten voor de eerste lijn geneeskunde in rurale gebieden. Prof. Dr. Paul Calle, van de spoedgevallendienst in het UZ Gent, behandelde het probleem van de automatische externe defibrillatoren in de ziekenwagens. Dr Didier Desruelles, urgentiearts UZ Gasthuisbergen in Leuven, besprak de formule van het paramedisch Interventie Team, als derde middel in de dringende geneeskundige hulpverlening. Arnold Schelfout, bestuurslid ZorgSaam Terneuzen, had het over acute gezondheidszorg in het rurale Zeeuws-Vlaanderen. Tot slot was er een boeiende panel discussie onder leiding van prof. Dr. Walter Buylaert, diensthoofd spoedgevallendienst UZ Gent, met de genoemde sprekers en met Jean-Pierre Matthijs van de vakgroep huisartsgeneeskunde en eerstelijnsgezondheidszorg van de Universiteit Gent.

collocuium 2011 seniorenopvang in landelijke en kleinstedelijke gebieden

Op 8 april 2011 organiseerde het Centrum in het Koetsenhuis van de abdij in Geraardsbergen alweer een voorjaarssymposium over “Migranten in onze niet-grootstedelijke gebieden”, gemodereerd door Eric De Temmerman. De steden Geraardsbergen, Ninove en Aalst kennen een toevloed van Congolezen, als gevolg van de nabijheid van Brussel. De armere migranten wijken ook uit naar de Zuid-Oost-Vlaamse dorpen. De vraagstelling varieert van problemen rond integratie en inburgering, tot kansen op de arbeidsmarkt, veiligheidsproblemen, en de extra-druk op het taalbeleid in het plaatselijk onderwijssysteem door het gebrek aan kennis van het Nederlands. Marino Keulen, gewezen minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid en Inburgering, behandelde: ‘Niet je afkomst … maar je toekomst. Het Vlaams inburgeringsbeleid’. Herman Daens, gewezen procureur des konings in Oudenaarde, vroeg zich af ‘Zorgt de migratie in onze regio voor een groter onveiligheidsgevoel?’. Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder VDAB, poneerde: ‘Arbeidsmarkt moet kleur bekennen’. ‘Onderwijs, sleutel tot integratie’, was het thema van Mieke Van Hecke, directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs. Senator Guido De Padt, gewezen minister van Binnenlandse Zaken, besprak het thema ‘Instroom allochtonen: bedreiging of uitdaging. De Geraardsbergse casus’. Schepen inburgering van Ronse Nedia Gmati - Trabelsi gaf haar visie op de ‘Uitdagingen van een multiculturele samenleving te lijf: een gedeelde verantwoordelijkheid tussen bestuurders en burgers’. Na het ‘Pleidooi voor een slimme migratie’ vanwege Annemie Turtelboom, federaal minister van Binnenlandse Zaken, trok minister van staat Herman De Croo de conclusies van dit boeiend congres.

Het Herman De Croo Centrum heeft van meet af voor zijn congressen sterk het accent gelegd op maatschappelijk relevante thema’s, en op de connectie met de specifieke problematieken van het klein stedelijk en landelijk territorium in het zuiden van Oost-Vlaanderen. Dit was in 2012 niet anders. Het thema van het voorjaarscolloquium werd “Seniorenopvang in landelijke en klein stedelijke gebieden: een probleem in wording?”. Het ging door op 27 april 2012 in het RVT Najaarszon te Brakel. Prof. Dr. Francis Colardyn, gewezen afgevaardigd bestuurder UZ Gent, en consultant Healthcare Ernst and Young, besprak ‘Het Nederlands model van de ouderenzorg, recente evoluties’ met de ervaringen bij ZorgSaam Zeeuws Vlaanderen als insteek. Hij pleitte er voor dat chronische zorg maximaal thuis zou gebeuren, met behulp van formules van ‘home technology’ en draadloze ‘home monitoring’; hij is ook voorstander van een toename van dagopnames en van ambulante zorg. Wivina De Meester, gewezen minister van Volksgezondheid, had het vervolgens over ‘Ouder worden, doe je best niet alleen’; ook zij pleitte voor laagdrempelige thuiszorg, waarbij bejaarden hun eigen weg kunnen kiezen, en mits het verbeteren van de omgevingsfactoren, en goede voorlichting over voeding, culturele activiteit en beweging. Dr. Ri De Ridder, directeur-generaal van de dienst voor geneeskundige verzorging RIZIV, besprak het ‘Belgisch ouderenzorgbeleid: 10 jaar na “actief ouder worden” en op de drempel van de staatshervorming’ Hij pleitte voor preventief werken en voor intergenerationele solidariteit, het belang van dienstencentra en buurtwinkels. Eric De Temmerman modereerde de debatten na de lezingen van Erwin Devriendt, afgevaardigd bestuurder Solidariteit voor het gezin, en van Pol Kerckhove, OCMW voorzitter in Ronse. Devriendt wees op nieuwe trends in de sector: het belang van de steeds hogere levenskwaliteit, het toenemend individualisme, de zorg-op-maat-formule. Kerckhove analyseerde de casus Ronse: hij vermeldde knelpunten zoals tekort aan dagopvang, de verzuiling, toenemende maar onbetaalbare vraag naar thuiszorg. Herman De Croo trok de conclusies van dit boeiend symposium, en pleitte met name voor een toenemende robotisering en afstandscommunicatie, naar Japans model, om ouderen de kans te bieden zolang mogelijk zelfstandig in de eigen woning te kunnen verblijven.

colloquium 2013 textiel en innovatie

In 2013 lag de focus op het economisch luik dat evenmin werd verwaarloosd door het Herman De Croo Centrum. Het voorjaarscolloquium ging toen niet toevallig door in Ronse, een oude textielstad, die glorierijke maar ook deprimerende tijden heeft gekend. Vandaar het thema “Textiel en innovatie”. Op 26 april 2013 kwamen een aantal experts samen in de vroegere ziekenhuissite Campus Delghust te Ronse, die in 2011 werd omgevormd tot TIO 3, een Centrum voor Ondernemerschap, Opleiding en Ontmoeting met sterke focus op Textiel en Innovatie. De klemtoon van dit voorjaarscolloquium lag volledig op de revolutionaire en vernieuwende technologische toepassingen in de textielsector. Bezieler van deze studiedag was prof. dr. Paul Kiekens van de Universiteit Gent die inzake nanotechnologie in textiel wetenschappelijk baanbrekend werk verricht. In zijn exposé wees hij op de innovatie die nanotechnologie in het zogenaamd ‘smart’ textiel teweegbrengt. Na een inleiding door Minister van Staat Herman De Croo, legde rector Paul Van Cauwenberghe uit hoe de Gentse Universiteit met het Textiel Incubatie Centrum (TIC) in Ronse op de campus TIO, en in samenwerking met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij van Oost-Vlaanderen, kandidaat-starters in de sector met innovatieve textielideeën bijstaat in de vertaalslag naar concrete marktgerichte toepassingen. Dr. Filip Govaert van Centexbel had het in zijn tussenkomst over ‘Nieuwe mogelijkheden voor slim textiel via CNT gebaseerde composieten en coatings’, en meer bepaald over de thermische eigenschappen, de treksterkte en de antistatische toepassingen in textiel. Een opmerkelijke gastspreker was de uit Noord-Frankrijk overgekomen Prof. Dr. Serge Bourbigot van de Ecole Nationale Supérieure de Chimie de Lille die sprak over vuurwerend textiel: ‘Latest Developments in Flame Retardants’. Prof. Dr. Lieva Van Langenhove van de Vrije Universiteit Brussel legde uit hoe slim textiel reeds volop aanwezig is in ons dagelijks leven: ‘Onze uitdaging in de kleerkast’; textiel kan bv. reeds de hartslag meten, medicatie toedienen, ventilatie regelen. Prof. dr. Rik Van de Walle, decaan van de Faculteit Ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Gent, hield een pleidooi voor zijn project ‘Durf ondernemen’, waarin hij via contacten met ‘captains of industry’ openheid en multidisciplinariteit in de textielsector promoot. Daarop volgden nog debatten met Fa Quix, directeur-generaal Fedustria, de beroepsorganisatie van industriële bedrijven uit de textiel-, hout- en meubelindustrie, met Chris Deloof, General Manager van het Textiel Incubatie Centrum TIC te Ronse, dat starters met innovatieve textielideeën ondersteunt, met Luc Dupont burgemeester van Ronse en Jozef Dauwe gedeputeerde van de provincie Oost-Vlaanderen.