Geschiedenis van het Herman De Croo Centrum

Een handvol verlichte geesten hebben in 1988 in zuidelijk Oost-Vlaanderen, meer bepaald in het landelijke Brakel, een vrij- en breeddenkende socio-culturele vereniging opgericht onder de naam 'Stichting Herman De Croo'. In 2005 was deze stichting, om administratieve redenen, namelijk de nieuwe wet op de verenigingen zonder winstgevend doel, verplicht haar naam te veranderen in 'Herman De Croo Centrum'. Deze VZW had door haar statuten als finaliteit: 'het bevorderen van wetenschappelijke, sociale, economische, politieke en culturele werken en studies, waarvan de auteur in België woont, en die betrekking hebben op de regio Zuid-Oost Vlaanderen'.
Met Zuid-Oost Vlaanderen bedoelde men de arrondissementen Oudenaarde en Aalst. Het Centrum bestond in 2013 vijfentwintig jaar, en dat mag gevierd worden met een terugblik.

Niets is toeval in dit verhaal, noch de locatie, noch het moment van oprichting, noch de naamgeving. Sociologen zijn geneigd de lancering van innovatieve en dynamische initiatieven van artistieke en ideologische aard steevast te situeren in steden, en dan nog bij voorkeur in grotere steden. De redenering luidt dat daar, door de densiteit van uitdagende ontmoetingsplaatsen, de aanwezigheid van gezellige koffiehuizen, kroegen en redactiezaaltjes, creatieve geesten elkaar probleemloos kunnen treffen om hun uiteraard geniale en originele culturele en politieke voorkeuren luidkeels aan elkaar en andere welwillende toehoorders te verkondigen. Het initiatief uit Brakel bis bijgevolg een buitenbeentje. Maar het is geen onlogische casus. Zuidelijk Oost-Vlaanderen koestert reeds eeuwen een heel bijzondere ‘afwijking’ van de algemene patronen. Het was in de 16e eeuw, en onverminderd sindsdien, een vluchtheuvel voor opgejaagde protestanten, en ook vandaag nog liggen de kerkhoven er vol van gelovigen van deze obediëntie. Die protestantse regio was het residu van een vrij algemene overstap naar de nieuwe godsdienst in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden alvorens de katholieke contrareformatie in het Zuiden toesloeg. Zuidelijk Oost-Vlaanderen zat vol van die protestantse eilandjes, die eigenzinnig en zelfbewust het contrast met de omringende katholieke dorpen cultiveerden. In de zogenaamde Geuzenhoek in Horebeke werd in 1564 de oudste protestantse kerk in Vlaanderen geopend. In het Muziekbos te Ronse herinnert de Geuzentoren aan dit glorieuze verleden, dat in de 16e eeuw een mooi vervolg kreeg. Toen vond de progressieve tendens in België, een evidente erfenis van de Verlichting, gestalte in de vorm van de in 1846 opgerichte liberale partij. Ze vond in essentie aanhang in de grote Belgische steden in de kosmopolitische centra aan de kust. In vrijwel het hele Belgische platteland bleef de katholieke dominantie overeind.
Behalve in de protestantse kernen van Zuidelijk Oost-Vlaanderen.
Deze kozen na1846 prompt voor de liberale optie, omdat dit hun de kans bood zich te blijven afzetten tegen de katholieke besturen in de omringende dorpen. In de 21e eeuw kleurt deze zone in en rond Oudenaarde in elke verkiezing nog steeds diepblauw, en werd de regio (en soms bij uitbreiding geheel Oost-Vlaanderen) met enige ironie omgedoopt tot ‘Herman De Croo’s blauwe bisdom’.

Plaats, naamgeving en moment van oprichting van de ‘Stichting Herman De Croo’ in 1988 vielen al evenmin ‘out-of-the-blue’. In dat jaar was Herman De Croo precies twintig jaar lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, net aan het eind van een prestigieus en bijna continu parcours van 16 jaar ministerschap, eerst voor Nationale opvoeding (1974 - 1978), daarna voor Pensioenen (1980), PTT en Verkeerswezen (1981 – 1988) en Buitenlandse Handel (1985 – 1988).
Bovendien was hij gepokt en gemazeld in de plaatselijke politiek. Zijn vader en een grootoom waren reeds vroeger burgemeester geweest in Michelbeke. Herman werd zelf burgemeester van Michelbeke, later van de fusiegemeente Brakel.

1988 was dus een uitmuntend moment voor een terugblik, die gestalte kreeg in een mooi en fors gedenkboek onder de titel ‘Huldebrochure Herman De Croo, 20 jaar volksvertegenwoordiger en 10 jaar Minister’, Oudenaarde, Stichting Herman De Croo, 1988. De presentatie van dit boek was tevens de eerste publieke manifestatie van de ‘Stichting Herman De Croo’. Ze vond plaats in het heerlijk gotische stadhuis van Oudenaarde, op 5 juni 1988, en werd opgeluisterd met toespraken door Annemie Neyts, Louis Michel en minister van Staat Frans Grootjans. Op het banket speechten vice-premier Guy Verhofstadt en Europees Commissaris Willy De Clercq, terwijl de Gentse rector Leon De Meyer het boek aan het publiek voorstelde en aan de gevierde overhandigde.

De ‘trekpaarden’ van het eerste uur verdienden een eresaluut, alvorens we met het succesverhaal van de Stichting van start gaan. Zij konden er toen alleen maar van dromen deat de plannen die in 1988 op tafel lagen, 25 volle jaren later zouden uitmonden in het succesvolle palmares van 2013. Ik vermeld hier gewoonweg de namen van de leden van de stuurgroep van de ‘Stichting Herman De Croo’ in 1988 :

oprichters stichting herman de croo

Leon De Meyer, Bea Antrop, Yvonne Botteldoorn, Françoise Desguin, Paul De Bolle, Raph Demets, Basiel Eeckhout, Eric De Temmerman, Edwin De Maesschalck, Godfried Dinneweth, Willy Geenens, Willy Ghijsels, Rudy Haustraete, Herman Herpelinck, Marcel Hoebeke, Paul Lannau, René Lietar, Geert Machenil, Christiane Provost, Jean-Louis-Rens, Peter Thienpont, Roger Uittenhove, Luc Van Hove, Henri Verschueren, Dirk Waegeman, en Lut Van Wesemael.

Jarenlang vergaderde deze stuurgroep ten huize van een van de betrokkenen. In 2005 kregen ze een eigen ruimte voor vergaderingen en archief ter beschikking, de bovenverdieping van lokaal Liberty in Brakel. De instrumenten die de initiatiefnemers van meet af aan als hefbomen hanteerden waren origineel en verscheiden: de uitreiking van de grote prijs van de Stichting, het bekronen van scripties door studenten van secundair en hoger onderwijs, studiebijeenkomsten rond sociaaleconomische thema’s, colloquia rond kunst en cultuur, tentoonstellingen, wedstrijden voor fotografie en beeldende kunsten, de drie- of viermaandelijkse nieuwsbrief en publicaties in boekvorm.
De onderliggende verwachting was dat deze initiatieven zoektochten zouden vormen naar onvermoede en ongebruikte troeven en innovaties in de regio.

professor leon de meyerAchttien jaar lang, vanaf de aanvang in 1988, fungeerde professor Leon De Meyer, toen rector van de Gentse Universiteit, als voorzitter van de Stichting Herman De Croo, later Herman De Croo Centrum. Precies rond die tijd waren Leon en zijn echtgenote vanuit Gent naar de Vlaamse Ardennen komen wonen, en dat was Herman De Croo niet ontgaan. Hij wist de beminnelijke rector te strikken om als voorzitter de leiding te nemen van de stichting. Zijn prestige als rector straalde ongetwijfeld af op de Stichting, en vice versa. De Meyer’s talloze contacten met de wetenschappelijke, artistieke en economische milieus maakten de organisatie van manifestaties en de samenstelling van wetenschappelijke jury’s honderdmaal eenvoudiger. Zond overlijden op 4 november 2006 was voor de Universiteit, voor vele vrienden, waaronder ikzelf, moor ook voor het Centrum een onmetelijk verlies. In het begin van 2007 had het Centrum het geluk en het voorrecht dat professor Andreas De Leenheer het voorzitterschap wilde overnemen, met zijn bekend organisatorisch en menselijk talent. Ook hij was een ererector van de Gentse Universiteit, expert in de medische biochemie en de forensische toxicologie. Hij was vele jaren decaan geweest van de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen. Hij is, zoals zijn voorganger De Meyer, een veelzijdige persoonlijkheid, en al evenzeer een man van de discrete, maar efficiënte actie, aanwezig in tal van wetenschappelijke en culturele organisaties, met name het befaamde Gentse filmfestival.

Evident is Herman De Croo himself de spil van het verhaal van de Stichting. Hij is de immer aanwezige persoonlijkheid, de eeuwige inleider of afsluiter van perfect geprogrammeerde debatten en uitdagende studiedagen, de inspirator van de meest verrassende artistieke activiteiten. Het louter vermelden van zijn naam door de bestuursleden van de stichting volstond om alle denkbare Vlaamse en Belgische deuren te openen, en om de meest beroemde personaliteiten uit de artistieke, culturele, sociale, economische en politieke wereld te overhalen te willen deelnemen aan een van de talloze colloquia, en om te fungeren als jurylid van de even talrijke scholenwedstrijden. Het verhaal dat hier volgt is een Ghotha van al wie in ons land iets betekend of betekend heeft.